Het zijn er twee!

‘Zie ik daar nou een tweede?’
Ik hoor het de leerling echoscopiste nog zeggen, terwijl ze een grijze vlek op het scherm aanwijst en haar ervaren collega vragend aankijkt.
De oudere dame knikt. ‘Ja, dat heb je goed gezien,’ zegt ze. En vervolgens tegen mijn man en mij: ‘Gefeliciteerd, jullie krijgen een tweeling.’
Sommige mededelingen maken zo veel indruk dat je er tien jaar later nog wel eens over droomt. Dit is er zo een.

Oke, helemaal onverwacht kwam de boodschap niet. Drie dagen voor de termijnecho waren we bij de verloskundige verzeild geraakt in een discussie over de zwangerschapsduur. Ik wist zeker dat ik 8 weken ver was, maar zij was ervan overtuigd dat ik al veel verder moest zijn. Mijn baarmoeder was te groot voor 8 weken. Zij dacht eerder aan 14 weken. Ik geloofde er niets van; mijn gevoel zei me dat dat niet klopte.

Volgens haar waren er twee andere opties waarbij de baarmoeder bij 8 weken al een 14-weken-grootte kon hebben. De eerste mogelijkheid was dat ik  een grotere baarmoeder zou hebben dan de gemiddelde vrouw. Gezien mijn geringe lengte en mijn tengere figuur viel die optie voor mij af. Waarom zou nou net dat ene onderdeel aan mij zoveel groter zijn dan gemiddeld?

De tweede mogelijkheid was dat er een tweeling zou komen. Met twee embryo’s en later twee baby’s groeit de baarmoeder immers sneller. ‘Maar die kans is klein hoor,’ voegde ze eraan toe. ‘Tweelingen komen niet zo vaak voor.’ (dat idee hadden we inderdaad al. We kenden tot dat moment trouwens ook niemand met een tweeling. Inmiddels wel een behoorlijk aantal ).

Op weg naar huis zei ik tegen mijn man dat ik het gevoel had dat het een tweeling zou worden. Op de een of andere manier wist ik het gewoon.

En toch… als het dan uitgesproken wordt, dan schrik je. Ook omdat de tweeling eeneiig bleek te zijn, wat allemaal medische problemen met zich kan meebrengen. De tweeling was, zoals ze dat noemen: ‘monochoriaal, diamniotisch‘. Dit betekent dat de kinderen een eigen binnenste vruchtvlies hadden, maar het buitenste vruchtvlies en de placenta deelden. Een van de medische problemen die bij een dergelijk type tweeling kan optreden, is het tweeling transfusie syndroom (TTS, een ernstige ziekte waarbij de baby’s een verbonden bloedbaan hebben en de een bloed ‘doneert’ aan de ander).

In de auto op weg naar huis waren we stil. Overdonderd. We waren blij, maar ook bezorgd. Het was een heel dubbel gevoel. Gelukkig behield mijn man zijn gevoel voor humor met een legendarische opmerking: ‘Jij klunsje, je kan niet eens je bevruchte eicel heel houden.’

Iets waar onze (gelukkig gezond geboren) tweeling inmiddels heel hard om moet lachen.